Valkerij

De eigenlijke valkerij, de jacht, is voor velen het hoofddoel om jachtvogels te houden. Het plezier van het trainen van de vogel om hem daarna los te laten en in de natuur zijn gang te zien gaan bij het vangen van prooien is voor de valkenier het ultieme. De training op zich neemt voor de meeste vogels enkele 6-8 weken in beslag.

De uitdaging van het valkenier zijn is de vogel in optimale conditie en op het juiste gewicht te krijgen en te houden, hetgeen dagelijks moet gebeuren en enorm veel tijd, geduld en kennis vergt. Elke roofvogel is individueel verschillend van de andere. Dit verplicht de valkenier om een eigen manier van africhten te ontwikkelen, aangepast aan het karakter van de vogel.

Er bestaan 2 disciplines binnen de jacht met roofvogels:

Bij hoge vlucht maakt men gebruik van valken en staande honden om veerwild te bejagen. Het veerwild wordt door de valk met een stootvlucht uit de lucht geslagen of gegrepen. Wanneer de valk de prooi mist, wordt de valk op de loer teruggeroepen. Het veerwild dat bij de hoge vlucht wordt geslagen is onder andere fazant, duif en kraaiachtigen.

Jacht met havikachtigen wordt lage vlucht genoemd. De valkenier, of hier soms ook havikier genoemd, stapt met zijn vogel op de hand door het jachtgebied samen zoekend al dan niet met hond en/of fret naar wild meestal konijnof haas. Zodra het wild wegvlucht, start de roofvogel de achtervolging vanaf de vuist, laag over de grond vliegend. Mist hij zijn prooi, dan wordt hij teruggeroepen op de vuist en krijgt hij een stukje vlees. Afhankelijk van de gebruikte vogel, varieert het bejaagde wild tegenwoordig konijn en haas. In Europa, met name in de voormalige Oostblok-landen jaagt men ook met arenden op reewild en vossen. Echter dit is in Nederland niet toegestaan. In alle disciplines wordt de vogel na iedere vlucht beloond, al is het soms maar met een kleinigheidje dood aas.

Onderhouden van de veren, nagels en bek

Een roofvogel moet dagelijks gecontroleerd worden zodat je direct kan reageren moest er iets mis zijn met de vogel of zijn uitrusting. Er moet gelet worden op het smeltsel, braakballen, gewicht van de vogel, zitten de schoentjes nog goed, zijn er veren afgebroken of krom, enz. enz.

Veren proper maken, rechten en stiften of inlijmen

Normaal houdt de vogel zich schoon door o.a. te baden. Er zijn echter vogels die dit niet doen, met als gevolg vaak een bevuilde staart of lichaamsveren. Deze veren kunnen dan gereinigd worden door ze te wassen met warm water en in te smeren met wat babyolie. Het kan gebeuren dat een veer buigt zonder schade aan de schacht. Deze veren kunnen gerecht worden door ze te stomen boven kokend water of de ver even onder warm water te houden. Men moet natuurlijk opletten dat de vogel uit de warme stoom blijft!

Stiften of inlijmen van veren moet gebeuren wanneer een of meerdere veren uit de staart (stuurveren) of vleugel (vliegveren) afgebroken zijn. Ter vervanging van de afgebroken veer gebruikt men de veren die men heeft bijgehouden uit de vorige muitperiode. Het beste is dezelfde veer van dezelfde vogel te gebruiken.

Materiaal voor stiften.


Uitleg stiften

Werkwijze stiften

Werkwijze inlijmen