HET EDEL SPEL VAN VEER MET VEER...

Wij hebben allemaal wel enig begrip van wat een Valkenjacht is, liever spreken we van valkerij, daar valkenjacht doet overkomen als jacht op valken. Wie herinnert zich uit zijn schooljaren niet de mooie plaat:

Jacoba van Beieren op Valkenjacht.

De gravin zelf en de dames en heren van haar gevolg te paard.
Jacoba van Beieren op valkenjacht
Zij, Jacoba, de valk haar door de valkenier juist aangereikt, op de met leer geschoeide hand. De valkenier, die het rek draagt waarop de gekapte/gehuifde valken zitten, trekt nog het meest onze aandacht. Jacoba van Beieren leefde in het begin van de 15e eeuw, de valkerij is dus al een heel oude sport. En een jachtsport die niet alleen door mannen maar ook door vrouwen werd beoefend.



Valken op Cagi

Bij de valkenij is de valk (men gebruikte ook weleens haviken en sperwers) de jager. Honden jagen het wild op en daarna ontdoet men de valk van zijn kap (huif) en deze stijgt op om het vluchtende wild te vervolgen en te doden. Dat wild was gewoonlijk gevogelte: reigers, wilde eenden, ganzen, patrijzen en kwartels enz. enz. werden met de valk bejaagd. Het was dus een jacht van vogel op vogel en daarom ook wel eens de jacht van veer op veer genoemd.


Doch niet uitsluitend gevogelte, maar ook hazen werden wel eens met valken gejaagd. De valkenjacht, valkerij of vluchtbedrijf genaamd, is dus al vele eeuwen oud. Al heel vele eeuwen, want in den tijd van Jacoba van Beieren was het niets nieuws, al veel , veel vroeger gebruikte men de valk als jachtdier. Men beweert oop goede gronden, dat de Indiers de jacht met den vogel al beoefenden.........2000 jaar voor Christus geboorte! Maar dat men 400 jaar voor Christus geboorte in het Oosten al ter valkerij ging, is zeker. De valkerij is dus uit Azie naar Europa overgebracht. De kunst werd waarschijnlijk het eerst uitgeoefend door de valken, die de groote vlakten van midden Azie bewoonden. In oude Chineesche boeken wordt al verhaald over de groote valkerij-partijen van keizer Wen-Wang, die leefde 700 jaar voor Christus.


In Turkestan bloeit de valkerij thans nog. Tot het begin onzer jaartelling werd de valkerij beoefend in alle Oostersche landen, over heel Azie, Egypte en Griekenland. Koningen en koninginnen gaven zich over aan de geliefde sport. In perzie, Japan en Egypte werden boeken geschreven over de valkerij en over het africhten van vogels, en in heel oude boeken uit die tijd vindt men telkens weer dit vorstelijke vermaak met de valkerij. Van een Griekse keizerin vindt men bijv. een verhaal, dat zijte jacht gaande steeds zelf haar vogel droeg op een met goud overtrokken handschoen.

Wie bracht de valkerij nu uit het Oosten over naar Europa? Waarschijnlijk waren dat de Hunnen, je weet wel, die woeste horden, die omstreeks het jaar 430 onder hun verschrikkelijken koning Atilla een grote veroveringstocht maakten van Zuid-Rusland uit tot de Pyreneeen toe. Die Hunnen stammen oorspronkelijk uit midde-Azie. Zij kenden dus de kunst der valkerij en van hen leerde men het in Zuid-Europa. In het jaar 500 was de valkerij in Zuid-Europa al algemeen en gingen ook de geestelijken wel met valken jagen.

Karel de Groote vaardigde omstreeks het jaar 800 een jachtwet uit, betreffende het africhten van valken, haviken en sperwers. Wie een valk, havik of sperwer steelt of doodt luidde de wet, moet een andere goede vogel in de plaats geven en nog 6 schelling boete betalen bovendien. Paus Leo X was een beminnaar van de valkerij en een hartstochtelijke liefhebber was keizer Frederik Barbarossa (12e eeuw), die zelf zijn valken africhtte en daar zelfs een boekje over schreef. Eduars III van England strafte het stelen van een jachtvogel met de dood en liet ieder die een valken- of haviksnest uithaalde, een jaar en een dag in de kerker opsluiten.

Philips August, de koning van Frankrijk, belegerde de stad Akko (eind 12e eeuw) en bij de gelegenheid vloog een zijner fraaiste vogels weg. Hij bood zijn vijanden, de Turken, tervergeefs 1000 goudstukken als zij de vogel wilden teruggeven. Op het einde de 14e eeuw werd eens een Frase herog gevangen genomen en men bood een hoog losgeld om hem vrij te laten. Maar ook de hoogste prijs werd afgeslagen. Toen boden de vrienden van de hertg echter 12 witte valken aan en daarvoor schonk men de gevangen hertog dadelijk zijn vrijheid. Wel een bewijs hoe hoog de valk in de middeleeuwen overal in aanzien stond. De valkerij werd toen in heel Europa beoefend als een adellijke jachtvermaak. Vorsten, hertogen, graven en edelen hadden allen hun valkerij.

Karel de Groote hield op het Valkhof te Nijmegen vijf jagermeesters, waarvan er een uitsluitend belast was met de verzorging der valken. Maar koning Frans I van Frankrijk (begin 16e eeuw) had 300 valken, waarvan de verzorging was opgedragen aan een oppervalkenier, die 15 edellieden en 50 valkeniers onder zijn bevelen had. Keizer Karel V, een tijdgenood van koning Frans, beleende de Johanieter Ridders met het eiland Malta op voorwaarde, dat ze jaarlijks een witte valk zouden leveren. De valk stond dus eeuwen lang wel in hoge ere! De valkerij bereikte het toppunt van huun bloei onder koning Lodewijk XIII van Frankrijk (eerste helft der 17e eeuw). Gedurende de middeleeuwen droeg men aan de hoven der vorsten en op de kastelen en burchten der edelen d grootste zorg voor valken, honden en paarden. De kunst om deze dieren en vooral de valken af te richten ston d zo hoog in aanzien dat ze voor de jonge prinsen en edelen als een deel van hun opvoeding werd beschouwd. Na de uitvinding van het buskruit raakte de valkerij geleidelijk in verval. Het was gemakkelijker te jacht te gaan met een geweer.